Tweedehands Christelijke boeken
Wij zijn met VAKANTIE van 25-08 tot 20 september 2021, bestellingen in deze periode worden (pas) in de week daarna verzonden!
HomeTweedehands Christelijke BoekenWetenschapOp zoek naar het geheim van de godsdienst : inleiding tot de godsdienstwetenschap – C.J. Bleeker

Op zoek naar het geheim van de godsdienst : inleiding tot de godsdienstwetenschap – C.J. Bleeker

2,95 incl. BTW

Auteur:C.J. Bleeker
ISBNr:— geen —
Uitgever:Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, 1e druk 1952
Uitgave:Gebonden hardcover met stofomslag, 224 pagina’s
Kwaliteit:Boek in goede staat, stofomslag beschadigd

Slechts 1 resterend op voorraad

Categorie:

Beschrijving

Zie voor verdere TOELICHTING ook de ACHTERZIJDE van het boek !

De studie van de fenomenologie van de godsdienst wordt beunhazerij zonder een behoorlijke kennis van de godsdienstgeschiedenis’, schrijft de auteur op p. 200 van dit boekje. Hij heeft zich dan ook de moeite gegeven de resultaten van de godsdienstwetenschap in haar geheel nog eens bondig samen te vatten, voordat hij een schets van die fenomenologie geeft, die hij toch wel als het aantrekkelijkste deel van zijn wetenschap beschouwt. Want ik geloof, dat het nu al de vierde keer is dat Bleeker de hoofdlijnen van de fenomenologie van de godsdienst uiteenzet. Ook in de voorafgaande hoofdstukken die resp. de godsdiensten van het heden en die uit het verleden behandelen, vindt men veel wat in vroegere geschriften ook al voorkomt. Maar hier

staat alles in een handzaam boekje bijeen onder een titel, die misschien even te sensationeel is. De ondertitel ‘inleiding tot de godsdienstwetenschap’ geeft beter de bedoeling weer. De achterkant vermeldt ietwat aanstellerig, dat prof. Bleeker er ‘terecht’ van overtuigd is, dat onze generatie, vaak voor ongodsdienstig versleten, een veel oprechter belangstelling heeft voor godsdienstige verschijnselen dan men doorgaans vermoedt. Ik weet niet van wie deze grote woorden zijn, maar ik geloof ten eerste niet dat godsdienstwetenschap zonder meer de godsdienstzin bevordert en verder ook niet dat uit interesse voor de religieuze verschijnselen tot godsdienstigheid van ‘onze’ generatie te besluiten valt. Er staat mij een uitspraak voor de geest in de trant van: ‘Pour connaître une religion il faut y avoir cru, mais ne plus y croire’. Maar dit is weer overdreven naar de andere kant. In het boekje worden zulke dingen niet gezegd en de auteur tracht de belangstelling voor zijn vak dat hij met grote ijver en bekwaamheid beoefent, ook niet in die richting uit te buiten. Wel is hij er voortdurend op uit de problemen van de godsdienst zuiver te stellen, zoals ook nu weer blijkt uit zijn schets van de godsdienstpsychologie.

Hierin kan men zijn evenwichtig oordeel bewonderen, wanneer hij stelt, dat deze discipline weliswaar veel bijgedragen heeft tot beter inzicht in religieuze processen, maar van de andere kant te worstelen heeft met het gevaar de objectieve factor hierbij over het hoofd te zien. Wellicht, zou men kunnen zeggen, heeft zij haar grootste bloei gehad, toen een jonge en nog gulzige psychologie zich overal op stortte en is zij nu bezig een onderdeel te worden van de wetenschappelijke uitrusting van de godsdienstfenomenoloog van de ene kant en van de zieleherder aan de andere kant. Zou men hetzelfde niet kunnen zeggen van de godsdienstsociologie, die hier ook nog afzonderlijk behandeld wordt? Als dit een afzonderlijk vak moet zijn, waarom dan ook niet een godsdienstfilologie? Overigens blijft er toch in dit boekje een duidelijke eenheid tussen het historisch en het theoretisch gedeelte; beide vullen elkaar aan. Men had sommige schetsen graag wat uitvoeriger gezien; de samenvattingen van bv. de godsdiensten van Voor-Indië zijn hier en daar zo volgestouwd, dat men ontmoedigd wordt. Die over de primitieve godsdienst is plotseling meer beschouwend. Deze religie spreekt ons op een of andere wijze meer aan, omdat hij als archaïsche rest nog in ons leeft. Daarom schijnt hij zo op het eerste oog het interessantste onderdeel van de godsdienstwetenschap. Bleeker relativeert echter weer dit idee en wel op goede gronden, waarvan de voornaamste is, dat deze zgn. primitieve godsdienst geen eenheid is. Maar ik geloof, dat het primitieve dat hierin zo fascineert, in een naar psychologische zin primitief is: het eerst gegevene, de religieuze aanleg buiten openbaringen en godsdienststichters om; dus niet: godsdienst van de primitieve of schriftloze volkeren overal op aarde, maar: primitieve godsdienst, het primitieve in de godsdienst. Misschien dat we dit ten onrechte alleen bij schriftloze volkeren zoeken, het is overal en de fenomenologie van de godsdienst heeft er altijd grote aandacht aan geschonken.

Op p. 109 trof mij een definitie van het religieuze gedrag in verband met de Romeinse religie, waarvan een goede, zij het wat schrale schets wordt gegeven. ‘Echte godsdienst is wellicht het gemakkelijkst te herkennen aan een bepaalde levenshouding, die zich uit in gedragingen van een heilig pathos vervuld’. Dit heilige pathos wordt in het fenomenologische deel verder besproken. Eigenlijk zou dit deel, dat nu al de meeste bladzijden in beslag neemt, veel uitgebreider moeten zijn. Vraagstukken van methodologische aard zouden gevoeglijk plaats kunnen maken voor beschrijvingen van concrete verschijnselen. Zonder een zekere uitvoerigheid komt de fenomenologie niet aan haar niveau toe.

De omvangrijke literatuurlijst die als gids bij verdere studie wordt gegeven, kan goede diensten bewijzen. Ook een register is bij zulk een werk

onontbeerlijk; dit ontbreekt echter, terwijl de gedetailleerde inhoudsopgave dit gebrek niet helemaal kan goedmaken. Op p. 40 stiet ik op het werkwoord ‘zich bemachtigen van’, wat mij een germanisme lijkt, evenals ‘eigenaard’, dat een vijftal malen voorkomt. Nog frequenter leest men de uitdrukking ‘hierachter steekt’. Maar dat zijn kleine schoonheidsfoutjes die alleen in werkelijk mooie boeken een kans krijgen op te vallen.

C. Verhoeven

Auteur:C.J. Bleeker
ISBNr:— geen —

Extra informatie

Gewicht467 g
Afmetingen215 × 155 × 18 mm
X