De stem van de knecht als metafoor : beschouwingen over de compositie van Jesaja 50 – H. Leene

 2,95 incl. BTW

Auteur: H. Leene
ISBN10:
ISBN13:
9024202051
9789024202058
Uitgever: J.H. Kok, 1980
Uitgave: Paperback, 46 blz.
Conditie: In goede staat

1 op voorraad

Categorieën: ,

Beschrijving

Beschouwingen over de compositie van Jesaja 50

Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam op vrijdag 25 april 1980.

In deze oratie wordt een pleidooi gevoerd voor de eenheid van Jes. 50. Het derde lied van de Knecht des HEREN (volgens de auteur vs. 4-9) is van dit hoofdstuk een geïntegreerd onderdeel. Hij wijst daarmee de opvatting af van Bernard Duhm uit 1892, een opvatting die in de moderne Bijbelwetenschap veel instemming verkreeg. Ook al is de ikfiguur uit vs. 4-9 een andere dan het Israël dat in vs. 1-3 wordt toegesproken, toch sluiten beide gedeelten op elkaar aan: ”De kinderen schijnen nooit gehoorzaam te zullen worden, de knecht is nooit ongehoorzaam geweest”, p. 18. Als tweede verbindingsschakel noemt de auteur een aantal ”woordvelden” en ”woordhoven”, termen uit de semantiek, waaronder men verstaat verzamelingen van woorden die een zelfde betekenisgebied bestrijken: ”roepen” — ”antwoorden”, ”kracht” voor ”vermoeiden”, ”ontbering en ”rouw”. Het derde verbindingspunt is de interpretatie van de Knecht als metafoor. Daarbij wordt verwezen naar de dissertatie van J. J. van Es, Spreken over God: letterlijk of figuurlijk? (Amsterdam V.U. 1979). D.w.z.: ”Dit lied betekent naar mijn mening wel

een man die op God vertrouwt maar het bedoelt daarmee nog niet te zeggen dat er ook werkelijk zo iemand is (cursivering van de auteur, H.d.B.)”, p. 23. De Knecht is dus een literaire fictie als Hamlet. ”Maar het is een fictie die pretendeert op onvervangbare wijze JHWH”s bevrijding te benoemen …”, p. 26. De toepassing: ”Zelf zijn we niet meer in staat om op God te vertrouwen, maar we worden nog net bereikt door het relaas van iemand die vertrouwt… Ons vertrouwen heeft de vorm aangenomen van het luisteren naar een verhaal. En zo wordt het verhaal onze redding”, p. 27.

Tegen de interpretatie van de Knecht des HEREN als metafoor moet ik ernstig bezwaar maken. Of met behulp van deze constructie de eenheid van VS. 1-3 en vs. 4-9 kan worden aangetoond is m.i. zeer de vraag. En dat is blijkens de titel toch de clou van deze oratie! Want de Knecht in vs. 4-9 kan enerzijds niet zonder meer gekwalificeerd worden als het spiegelbeeld van Israël. Immers behalve zijn gehoorzaamheid (tegenover de trouwbreuk van het volk) spreekt de tekst óók over zijn opdracht om de vermoeiden te ondersteunen, óók over zijn moed, zijn lijden, zijn hoop, zijn geloof. Hij is een mens met een gezicht: wangen en baard. Anderzijds kan Hij echter niet zonder meer geïdentificeerd worden met de HERE Zélf: Hij is nabij die Mij recht verschaft, vs. 8. Kan deze interpretatie een vergelijking met de andere liederen van de Knecht doorstaan? Is de Knecht ook daar een fictie? Het gaat in de exegese om het verstaanbaar maken van de tekst. Maar wat geldt daarbij als criterium: Wat wij kunnen (of willen!) verstaan of wat God ons te verstaan wil geven?

Een belangrijke studie, niet alleen voor de exegese van les. 50, maar ook voor het verkrijgen van inzicht in moderne exegetische methoden.

De auteur is de opvolger van prof. N. H. Ridderbos aan de V.U.

DIGIBRON: Gepubliceerd op: H., H.d.B.

Zie voor verdere TOELICHTING ook de ACHTERZIJDE van het boek !

Auteur: H. Leene
ISBNr: 9024202051 9789024202058

Extra informatie

Gewicht 70 g
Afmetingen 210 × 120 × 5 mm

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “De stem van de knecht als metafoor : beschouwingen over de compositie van Jesaja 50 – H. Leene” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.